Iedereen kan beleggen met opties

Een optie verplicht niet tot kopen.

Een optie is een contract dat je de optie, maar niet de verplichting, geeft om de onderliggende waarde te kopen of te verkopen voor een specifieke prijs op een vooraf bepaalde datum. Deze definitie kan enigszins verwarrend overkomen wanneer je hem voor het eerst hoort en hierom is de werking van een optiecontract het beste uit te leggen aan de hand van een alledaags voorbeeld.

Plan toekomstige aankopen met opties

Laten we zeggen dat je een huis hebt gevonden dat je graag zou willen kopen. Op het moment heb je nog niet genoeg geld om het huis te betalen, maar over 3 maanden kan je het geld bij elkaar hebben. De eigenaar van het huis en jij komen samen tot de overeenkomst dat jij het huis over drie maanden mag kopen voor een prijs van tweehonderdduizend euro. Je hebt nu een optie op het huis. De eigenaar van het huis gaat hiermee akkoord, maar hij vraagt hier wel drieduizend euro voor. Deze optie kost dus drieduizend euro.

Situatie 1

Binnen de 3 maanden kom je erachter dat het huis muren van goud heeft en vloeren van diamant. De prijs van het huis verdrievoudigt hierdoor en het huis stijgt in waarde naar zeshonderdduizend euro.

Omdat de eigenaar jou de optie heeft verkocht om het huis te kopen voor tweehonderdduizend binnen de gestelde drie maanden, is hij nu nog steeds verplicht om het huis te verkopen voor tweehonderdduizend euro. Uiteindelijk maak jij nu zeshonderdduizend minus tweehonderdduizend is vierhonderdduizend winst. Het kan echter ook anders lopen.

Situatie 2

Terwijl je nog eens een keer gaat kijken in het huis kom je erachter dat er geesten rondspoken. Alsof dat niet genoeg is kom je erachter dat de belangrijkste steunpilaar in het huis een lucifer is en het huis precies op een breuklijn gebouwd is. Het huis blijkt dus uiteindelijk waardeloos te zijn.

In dit geval is het gunstig dat je een optie hebt gekocht en dus niet verplicht wordt om dit huis te kopen, het enige wat je nu hebt verloren is de drieduizend euro die je aan de eigenaar voor de optie hebt betaald, en niet de gehele tweehonderdduizend euro.

In deze twee situaties wordt het duidelijk dat je bij een optie dus niet verplicht bent om te kopen, maar wel het recht hebt. Als je de onderliggende waarde, in dit geval het huis, niet wilt hebben. Dan kan je de optie gewoon af laten lopen tot deze waardeloos wordt. Je verliest dan je totale inleg, de prijs die je voor de optie hebt betaald, maar nooit meer dan dat. De eigenaar van het huis, de verkoper, is echter wel verplicht het huis te verkopen.

Het tweede punt wat hier duidelijk wordt is dat een optie alleen het contract is wat betrekking heeft tot de onderliggende waarde, en hier zijn waarde uit haalt. In ons geval was de onderliggende waarde het huis, maar in de meeste gevallen zal dit een aandeel of een index zijn.  Er is een onderscheid te maken tussen twee verschillende soorten opties: Call- en put opties.

Het recht om aandelen te kopen met Call Opties

Call Opties

Een call optie geeft je het recht om een effect te kopen voor een bepaalde prijs binnen een vooraf bepaalde periode. Dit is vergelijkbaar met long gaan in de handel met aandelen.
Wanneer je een call optie koopt, speel je in op een stijging van het effect voordat de optie afloopt.

We kijken naar het aandeel Sara’s Snoepgoed op een koers van vijftig euro in maart. We verwachten goede kwartaalcijfers in april  en daarmee een stijging, maar zijn hier niet zeker van.
Om ons risico enigszins af te dekken kunnen we nu overgaan tot de koop van een call optie op vijftig euro  die in de maand april afloopt. Deze optie kost ons 2 euro. We bekijken nu de volgende twee situaties:

Call optie: Situatie 1

Onze verwachte stijging vindt plaats; De kwartaalcijfers zijn goed en de koers schiet omhoog naar zestig euro. In dit geval stijgt de koers met tien euro.
We kunnen nu de optie uitoefenen en mogen het aandeel kopen voor vijftig euro. We verdienen dan zestig minus vijftig is tien euro, maar we hebben ook twee euro betaald voor de optie en moeten dit ook nog van onze winst aftrekken. We verdienen uiteindelijk acht euro.
Dit is dus minder dan dat het was geweest wanneer we gewoon de aandelen gekocht hadden.

Call optie: Situatie 2

We hebben de kwartaalcijfers verkeerd ingeschat en deze vallen tegen. In plaats van onze verwachte stijging zien we nu een daling van de koers naar veertig euro.
In dit geval daalt de koers met tien euro, maar omdat we de optie hebben gekocht zijn we niet verplicht om deze uit te oefenen. De optie loopt nu waardeloos af en we verliezen maximaal onze initiële inleg van twee euro.
Het verlies is dus ook vele malen minder groot dan het was geweest wanneer we gewoon de aandelen hadden gekocht.

Het recht om aandelen te verkopen met Put Opties

Put Opties

Een put optie is precies het tegenovergestelde van een call optie. Het geeft je het recht om een effect te verkopen voor een bepaalde prijs binnen een vooraf bepaalde periode. Dit is vergelijkbaar met short gaan op een aandeel, je speelt bij het kopen van een put optie namelijk in op een daling van de onderliggende waarde voordat de optie afloopt. 

We kijken nu naar de koers van het aandeel Aarons Auto’s op een koers van vijftig euro in de maand maart. De kwartaalcijfers van Aarons Auto’s komen uit in april, en onze verwachting is dat deze slecht zullen zijn. We willen nu graag inspelen op onze verwachte daling, maar gaan liever niet short op het aandeel omdat onze verliezen dan theoretisch oneindig groot kunnen worden.
We gaan over tot de aankoop van een put optie op vijftig euro die afloopt in april. Deze optie kost ons twee euro. We bekijken de volgende twee situaties:

Put optie: Situatie 1

De kwartaalcijfers blijken inderdaad slecht te zijn. Onze verwachte daling vindt plaats en de koers daalt naar de veertig euro. De koers daalt nu met tien euro en met de put optie hebben wij het recht gekocht om te verkopen op de vijftig euro. De huidige koers is veertig euro, dus als we nu het aandeel kopen voor veertig euro, kunnen we het aandeel gelijk verkopen voor vijftig euro. We verdienen dus vijftig minus veertig minus de twee euro die we voor de optie hebben betaald is acht euro.

Put optie: Situatie 2

Onze inschatting van de kwartaalcijfers waren niet juist en de koers laat een stijging zien. De koers stijgt naar zestig euro, maar we zijn geen verplichting aangegaan en kunnen de optie waardeloos laten aflopen. Het maximale verlies is nu de twee euro die we voor de optie hebben betaald.

Opties kunnen gekocht en verkocht worden

Schrijven of kopen

Er zijn dus twee soorten opties, call opties en put opties. Naast het kopen van de call- en put optie, kan je de opties ook verkopen.  Dit noemen we, een optie schrijven. De kopers van de opties noemen we de houders en de verkopers van de opties noemen we de schrijvers.

We hebben nu vier verschillende participanten binnen de optiehandel:

  1. De kopers van de calls
  2. De verkopers van de calls
  3. De kopers van de puts
  4. De verkopers van de puts

Er is een belangrijk verschil tussen de houders en schrijvers van opties. De houders, oftewel kopers, van call- of put opties hebben geen plicht om de onderliggende waarde te kopen of te verkopen. De kopers kunnen de keuze maken om hun optie uit te oefenen voor de expiratie of om deze waardeloos te laten aflopen. Er kan dus maximaal de aankoopprijs van de optie verloren worden. Denk maar even terug aan het voorbeeld van het huis.

Wanneer je echter een optie schrijft, oftewel verkoopt, heb je wel een verplichting om te kopen of verkopen. In het hiervoor genoemde voorbeeld ben je als schrijver van een optie nu de eigenaar van het huis, die het huis ongeacht de waarde moest verkopen wanneer de optie werd uitgeoefend. Jij biedt iemand anders namelijk de optie om te kopen of verkopen. Als iemand zijn recht uitoefent om te kopen, ben jij als schrijver dus verplicht om de onderliggende waarde te leveren.

Voorbeeld 1: Sara’s Snoepgoed

Optievoorbeeld 1: Sara’s Snoepgoed

We kijken nu naar het aandeel Sara’s Snoepgoed op een koers van vijftig euro in april. We zitten in een rustige periode, met een rustige neerwaartse trend, en verwachten dat dit zo zal blijven. Omdat we toch wat willen verdienen in deze rustige periode, maar geen bewegingen verwachten, gaan we een call optie schrijven.

We schrijven deze optie op vijfenvijftig euro met mei als expiratiedatum, dit betekent dat we iemand anders het recht verkopen om Sara’s Snoepgoed te kopen voor vijfenvijftig euro voor het einde van mei. Voor deze geschreven optie ontvangen we twee euro. We bekijken nu twee situaties:

Sara’s Snoepgoed Situatie 1

Onze inschatting was juist; De koers laat geen beweging zien en blijft rond de vijftig euro hangen. De optie zal nu niet uitgeoefend worden en we hoeven de onderliggende waarde nu niet te leveren. We kunnen de ontvangen premie houden, en verdienen dus twee euro.

Sara’s Snoepgoed Situatie 2

We hebben een verkeerde inschatting gemaakt; Dankzij een plotselinge daling in de suikerprijzen stijgt de koers van Sara’s snoepgoed naar zestig euro. De houder van de optie besluit om zijn optie uit te oefenen en we zijn verplicht om hem nu het aandeel Sara’s Snoepgoed te leveren voor vijfenvijftig euro. We hebben het aandeel niet in ons bezit en zijn nu verplicht om het aandeel voor de huidige koers van zestig euro te kopen. We verliezen nu dus vijfenvijftig minus zestig plus twee euro; dit is een verlies van drie euro.

We waren dus verplicht om de onderliggende waarde te leveren tegen de vooraf afgesproken prijs, ondanks dat we het aandeel niet hadden. Als de koers nog veel meer was gestegen, bijvoorbeeld naar tachtig euro, hadden we het aandeel voor tachtig euro moeten kopen en voor vijfenvijftig euro moeten verkopen. We hadden dan vijfenvijftig minus tachtig plus twee is drieëntwintig euro verloren, terwijl we maximaal twee euro konden verdienen. Voor een put optie werkt het precies omgekeerd.

Voorbeeld 2: Aarons Auto

Voorbeeld 2: Aarons Auto

We kijken naar het aandeel Aarons auto in de maand april met een koers van vijftig euro.
De koers van Aarons Auto’s zit in een rustige periode, en een langzaam stijgende trend. Er is geen aanleiding om een verandering hierin te verwachten. We willen in deze periode toch wat verdien en besluiten om een put optie te schrijven.

We schrijven de put optie op vijfenveertig euro met mei als expiratiedatum. Dit betekent dat we iemand het recht verlenen om Aarons Auto’s te verkopen voor vijfenveertig euro. Als de houder besluit om de optie uit te oefenen, zijn wij verplicht om de Aarons Auto’s te kopen voor vijfenveertig euro. We ontvangen twee euro voor de optie. We bekijken de volgende twee situaties:

Aarons Auto Situatie 1:

Onze inschatting was juist; De koers van Aarons auto’s blijft rond de vijftig euro. De put optie loopt waardeloos af en we kunnen onze twee euro als winst bijschrijven.

Aarons Auto Situatie 2:

We hebben een verkeerde inschatting gemaakt; Door een schandaal in de auto industrie valt de koers van Aarons Auto’s naar veertig euro. De houder van de optie besluit om deze uit te oefenen en wij zijn nu verplicht om Aarons Auto’s te kopen voor vijfenveertig euro. Omdat de koers veertig euro is, en we verplicht waren te kopen voor vijfenveertig euro, hebben we een verlies van vijf euro. We hebben wel de premie ontvangen en in totaal verliezen we dus vijf minus twee is drie euro.

Ons verlies is in dit voorbeeld wel ongerealiseerd. We hebben namelijk het aandeel gekocht en nog in ons bezit. De koers kan nog verder zakken, waardoor ons verlies nog groter wordt; Maar de koers kan zich ook herstellen waardoor ons verlies kleiner wordt, of toch nog winst gevend wordt. Om deze reden is het dus riskanter om een optie te schrijven, omdat je hier een verplichting aangaat om te kopen of verkopen, in tegenstelling tot een recht om te kopen of verkopen. De verliezen kunnen dus veel groter worden dan de potentiële winst.